Teelt
Een paprikaplant staat een jaar in de kas. In dat jaar groeien ze van 40 cm tot 4 m hoog. Per plant produceren ze dan zo'n 15 kg. Begin december worden ze op de steenwol gezet. Eind november wordt de teelt beëindigd.
Van Ruijven Paprika teelt gele paprika. In onrijp stadium is de paprika groen en pas bij rijping helder geel. De vruchten hebben een doorsnede van 8,5 tot 10,5 cm.
In een paprikagewas komen plagen voor. Een kascultuur maakt het mogelijk plagen te bestrijden met biologische bestrijders. Dagelijks lopen scouts door het gewas om te controleren of er een biologisch evenwicht is. Zonodig worden extra roofmijten of roofinsekten in het gewas gebracht.
De teelt op steenwol maakt het mogelijk ieder jaar paprika’s te telen op hetzelfde land zonder dat de grond uitgeput raakt of ziek wordt. Via de druppelaar krijgt de plant een afgepaste voeding. Hierdoor is de groei beter. Door het overtollige water op te vangen en te recirculeren gaan er geen mineralen verloren naar de grond. Bij een teelt in de grond is het niet mogelijk de mineralenbalans op nul te krijgen. Dit wil zeggen dat er evenwicht is tussen toegediende meststoffen en opname van de plant.
Een plant heeft CO2 nodig voor de groei. CO2 wordt geproduceerd door de wkk als restproduct van de elektriciteitsproductie.